Zonder meer een mooie polder

In het hart van Noord-Holland ligt één van de jongste zeventiende eeuwse polders. Een droogmaking waar de waterbouwkundige ingenieur, Jan Adriaansz. Leeghwater, zich mee bemoeide. Het bleek een risicovolle onderneming die aan veel randvoorwaarden moest voldoen. Voorwaarden van omringende steden die, wijs geworden door eerdere droogmakingen, wisten waarover zij spraken. Aanvankelijk werd de droogmaking aangepakt door een groep Rijpers, maar na enkele tegenslagen uiteindelijk gerealiseerd door Amsterdammers. Door financiële bijdragen van enkele welgestelde regenten, burgers en overheden kwam de Starnmeer droog, maar de verwachte winsten bleven uit.
Goed dat men dat vooraf niet wist, want dan was de Starnmeer hoogstwaarschijnlijk een meer gebleven. Lange tijd heeft de polder geen vaste oeververbindingen gehad, het was een soort eiland. Ponten kwamen en gingen, er werden bruggen gebouwd – waaronder vlotbruggen – er werd een fort aangelegd en twee keer maakte de polder een inundatie mee. De  verbindingsweg langs de Markervaart werd aangelegd en toeristen vonden hun weg naar Spijkerboor en Markenbinnen. 375 jaar later ligt de polder er nog steeds even groen bij als in het begin. Het is een agrarisch gebied gebleven waarvan men hoopt dat het voorlopig zo blijft. Ondanks het feit dat het een verdeelde polder is - bestuurd door verschillende gemeentes - heeft de Starnmeer de oorspronkelijke structuur weten te behouden.
 

Reactie toevoegen

Velden met een * zijn verplicht.